Loop even met me mee in dit verhaal:
Ik was waarschijnlijk zeven, acht, hoogstens negen jaar oud toen ik me besefte zeker te weten hatelijke gevoelens gegrond te hebben jegens de muskietensoort. Met andere woorden: Alles wat steekt, daarbij bloed zuigt én vervolgens een jeukende irritatie oplevert, mag van mij dood.
Ik weet nog steeds niet wat vervelender is: Het moordende gezoem van deze creaturen der onheil of die rode, dikke, jeukende oppervlakten die erop volgen.
Wat krijg je dan als je klein bent? Nou dan zorgt mama dus voor een muggenlampje. Je weet wel. Dat is zo'n flesje wat je in je stopcontact steekt en vervolgens een migrainewekkende geur door je kamer verspreidt.
En mocht je dan tóch gestoken worden. Dan heeft mama altijd een Azaron-stick voor je klaarliggen.
Maar ligt het aan mij of werkt dat spul gewoon... Nooit?
Hoeveel rotzooi ik ook op die jeukende puinhoop probeerde te concentreren, na een paar minuten was ik als een krolse kat mijn nog onzichtbare armharen woest aan het wegkrassen.
En dan is daar mama weer: ,,Niet krabben! Doe maar wrijven..."
En hoe lief ze het ook bedoelde. Ze snapte gewoon niet dat wrijven niet werkte. De jeuk is weerzinwekkend! Je gaat eraan kapot!
Ok, dat is overdreven. Maar het enige wat je doet is continue geïrriteerd worden door de jeukmassa op je arm, oorlel, scheenbeen, knie, pink en zelfs oksel.
Als er dan een God bestaat... Waarom schiep Hij dan de mug? Ik vind dat op dit moment een belangrijkere vraag dan de vraag of Bos of Balkenende wellicht minister kan worden.
Maar toen. Ik was nog steeds even oud.
Het was een zomerse dag en ik was met mijn moeder, vader en zusje bij kennissen op bezoek in Vlissingen. Dat is Zeeland.
Natuurlijk heeft de mug in de zomer haar piekmomenten. Daar hoef je geen Discovery Channel voor te kijken. De Azaron mag weer uit het kastje gehaald worden en zolang die gele vloeistof in je muggenlamp nog niet groen geworden is kan dat ding nog makkelijk gebruik maken van je nachtstroom.
Die bewuste dag in Vlissingen bracht een ommekeer in de geschiedenis van de muggenbult bij mij te weeg.
Die dag in Vlissingen kwam ik een meisje tegen. Geïrriteerd bezig zijnde met mijn zojuist verkregen muggenbult (en weinig geïnteresseerd zijnde in het blonde meisje), kwam ze desondanks, tóch op mij aflopen.
Ik kan wel heel poëtisch gaan doen over haar glinsterende, blonde lokken in de zomerse zonnestralen, maar ik was zeven jaar oud, kom op.
,,Je moet met je nagel een kruisje zetten op je muggenbult. Dat doe ik altijd"
Alsof ze als een engeltje uit de hemel naar beneden kwam vliegen. En dit keer meen ik dat dan ook echt.
Plotseling werd het overal om mij heen donker, maar er scheen nog een spotlichtje op mijn arm en mijn muggenbult. In slow-motion gaat mijn rechterhand met mijn wijsvinger uitstekende, naar mijn linkerarm, waar net onder mijn pols een bron van jeukende irritatie zich bevindt.
Twee keer haaks op elkaar diep prikken met mijn nagel en... Mijn jeuk is weg!
Of het tussen mijn oren zit of dat het echt een werkend feit is; het maakt mij ook niet uit. Het werkte. Het meisje met een kruisje.
Elke keer als ik mijn spontane krabobsessies wil beëindigen door het maken van een kruisje (God zij met U) denk ik aan het meisje met het kruisje.
Wat mijn moeder ook zei. Hoe goed Azaron ook beweert te werken, het kruisje is tot nu toe de beste remedie voor die nijpende jeuk.
Ook al werkt het dan maar even.
Een paar dagen geleden zat opnieuw een blond meisje mij bewonderend aan te kijken toen ik ouderwets, wrijvend dit keer, met mijn muggenbult bezig was.
,,Je moet een kruisje zetten met nagels. Dat doe ik ook altijd"

Labels: Onzin, Vrouwen